1 Jan - 1 Jan
Stuk voor Stuk
Gemaakt door Spel
Schrijvers: Gustaaf Peek, Marijke Schermer, Jamal Ouariachi, Arie Storm, Tom Hofland, Iduna Paalman, en Don Duyns | Spelers: Rosa Asbreuk, Roos Bottinga, Patrick Duijtshoff, Kyrian Esser, Elisabeth ten Have, Timo Huijzendveld, Nicoline Raatgever | Redactie: Don Duyns en Josje Kraamer (Uitgeverij Querido) | Vormgeving: Roos Visser | Productie en marketing: Lolita Storm
Zeven gevierde schrijvers hebben van De Theatertroep de opdracht gekregen om een eenakter te schrijven tussen de tien en twintig minuten. De enige restrictie die is gegeven is dat het geen monoloog mag zijn en minstens twee personages moet bevatten (geen maximum!).

 

‘Waarom ik met De Theatertroep wil werken? Dat lijkt me tamelijk vanzelfsprekend– wie zou dat nou níét willen, iets schrijven voor De Theatertroep?’ – Arie Storm

 

De eenakter Puntgaaf van Don Duyns speelt van
30 juni t/m 3 juli
in Frascati Theater Amsterdam
in een double-bill met Hokus Pokus.

Over Stuk voor Stuk

De Theatertroep combineert theater met een andere grote liefde: literatuur. Met geestdriftig enthousiasme gaan zeven literaire schrijvers en een doorgewinterde theaterauteur het avontuur met hen aan. Gustaaf Peek, Marijke Schermer, Jamal Ouariachi, Arie Storm, Tom Hofland, Iduna Paalman, en Don Duyns ontwikkelen elk een eigen eenakter en deze worden in verschillende samenstellingen óf allemaal achter elkaar op één avond gespeeld. Door het diverse zevental schrijvers zijn de eenakters heel verschillend van karakter: een thriller, absurdisme, #metoo, survival of the fittest, humor, doodswensen, een soort Dostojevski en nog veel meer.

Zet u schrap voor een avond vol verrassingen!

Arie Storm – De Dostojevski van de polder

Een gevaarlijk virus houdt de wereld in zijn greep. Een schrijver, zijn vrouw en zijn dochter zitten thuis te werken, want niemand mag de straat meer op. De schrijver werkt aan zijn nieuwe roman, de vrouw heeft een videocall met collega’s van haar werk en de dochter volgt een college over de Italiaanse renaissance. Dan klinkt er een doffe bons. Na enig onderzoek blijkt er een lijk in het trappenhuis te liggen, en het is niet zomaar een lijk maar het is het lichaam van een Nederlandse schrijver die het grootste deel van het jaar in Rusland woont. Hoe is het lijk daar terechtgekomen? En wat kwam de schrijver uit Rusland überhaupt doen? De Dostojevski van de polder gaat over de kracht van verbeelding, een kracht die niet per se positief hoeft uit te pakken.

Gustaaf Peek – Pakje voor…

In hun geboortehuis zijn een zus en een broer in een duel verwikkeld over de vraag wie van hen nu werkelijk dood is. Ze grijpen naar bewijzen, roepen argumenten en nemen afschrikwekkende houdingen aan die van hun rigor mortis moeten getuigen. Terwijl ze hiermee bezig zijn, worden ze aanhoudend gestoord door een pakketbezorger die koste wat kost een pakje wil afgeven. De zus en broer negeren hem, maar de volhardende en vindingrijke bezorger dreigt hun isolement te doorbreken. Wie zal het eerste toegeven? Waarom is het eigenlijk zo belangrijk om dood te zijn? Wat zit er in het pakje? Wat is er ook alweer mis met leven?

Jamal Ouariachi – Redding is nabij

De eerste maandag van de maand, twaalf uur ’s middags: het luchtalarm wordt getest. Vijf vrienden verkeren na een weekend vol middelenmisbruik in een staat van zware beneveling. Ze menen buiten gevechtsvliegtuigen te horen overvliegen, en raken ervan overtuigd dat er in de verte een bombardement te horen is. Gezamenlijk trekken zij zich terug in de kelder van het huis waar ze verblijven. Daar zal blijken dat geen van hen beschikt over ook maar het minste greintje overlevingsinstinct.

Marijke Schermer – Het smalle pad door de waanzin

In Het smalle pad door de waanzin brengen we de avond door in de krochten van het ministerie van Volksgezondheid. Een persconferentie, een spoeddebat, een relletje over geld en de uitnodiging voor een talkshow vormen slechts de schaduwen op de achtergrond. Op de voorgrond volgen we de broeierige verhoudingen tussen het voetvolk, leren we de minister beter kennen tijdens het eten en daalt er iets van melancholie over de waan van de dag.

Tom Hofland – De Rusofoob

Kleppe Binsma is een simpele jongen. Althans, zijn ambities zijn eenvoudig: een beetje trompet spelen en van het leven genieten. Wanneer hij op de zoveelste schnabbel – een tuinfeest – moet doen alsof hij een Russische trompettist is zet hij met verve een onverstaanbaar accentje op. Hij zuigt, bezeten door de wodka en zijn eigen spel, een compleet levensverhaal uit zijn duim. Maar de heer des huizes blijkt grote ambities te hebben op Russisch grondgebied, en ziet in Kleppe een prachtige bondgenoot.

Een stuk over zure room, onmogelijke liefde en de angst voor het Oosten.

Iduna Paalman – Prikdienst

Vier leerlingen van een middelbare school hebben prikdienst. Elliot, Melle, Hazel en Pien slenteren met vuilniszakken over het schoolplein op zoek naar rondslingerend vuil. Ze mogen niet van het terrein weg. Af en toe komt een docent of conciërge checken of alles oké gaat. Langzaam wordt duidelijk dat er zich tussen de leerlingen iets naars heeft afgespeeld; Elliot en Melle hebben de meisjes dingen laten doen die ze niet wilden. De meisjes zinnen op wraak. En met een prikker in hun hand voelen ze zich ineens oppermachtig. Deze eenakter gaat over grenzen, en over de vraag of je ooit te laat bent om ze aan te geven. Over seks en het gebrek daaraan, over de angst je bloot te geven en over de verschillende betekenissen van het woord ‘prikdienst’.

Don Duyns – PUNTGAAF

Alpinist Fred van Bremen heeft eindelijk de top bereikt van de Junfrau, een Zwitserse vierduizender. Onderweg is hij het zicht op zijn medeklimmers verloren, een scherpe wind steekt de kop op en er klinken ijle stemmen, soms dichtbij dan weer veraf. Fred beseft dat hij met elke stap die hij nu nog zet in direct levensgevaar kan komen; want het zicht is hem door mist benomen. Schimmen uit zijn verleden duiken op, al dan niet in beweging gezet door Freds gebrek aan zuurstof. Hij probeert voor zichzelf te verantwoorden waarom hij dit wilde, waarom hij deze uitdaging per se nodig had. Terwijl zijn tenen bevriezen vind hij houvast aan een paal met een vlag eraan. Dan staat er iemand naast hem, Gregoor. In tegenstelling tot Fred is deze jongere man niet gekleed in de voorgeschreven uitrusting. Hij draagt een zwarte coltrui, nauwsluitende broek en bordeelsluipers. Gregoor maakt Fred duidelijk dat hij de neiging heeft ‘zaken nogal op te blazen’. Fred op zijn beurt wil zo snel mogelijk verlost worden van deze ‘hoogst waarschijnlijk imaginaire stoorzender’. Het komt bijna tot een vechtpartij, als Suzie – de vriendin van Gregoor – de twee uit elkaar haalt. Fred ziet iets bekends aan Suzie, maar hij weet niet wat. Stemmen uit de verte roepen de bergbeklimmer en hij moet kiezen: blijft hij bij deze twee mogelijk fatale figuren, of gaat hij terug naar zijn vrienden? Fred twijfelt. Hij wankelt. Dan schiet er een steen onder zijn voeten los…